Life in the sad lane

knockDe geweldige “feest”dagen staan te trappelen voor de deur.

Omstandigheden maken het niet mogelijk om bij mijn lief te zijn, dus breng ik ze noodgedwongen met huisgenoot door.

Die gisteren de lang gevreesde vraag stelde: “wat doen we met de kerst”. Het enige antwoord daarop is: “onderduiken?”. Maar dat heb ik maar niet gezegd.

Toen ik een aantal jaren geleden ziek werd, begon het nachtbraken dat me mijn leven lang al parten speelt, helemaal op te breken.

Ik heb toen slaappillen voorgeschreven gekregen en inderdaad sliep ik het eerste jaar eindelijk eens normaal.

Maar zoals zoiets gaat, je lijf gaat aan een dosis wennen en het gevolg is hier al eerder meermalen beschreven.

Vorige week waren ze bijna op en heb ik nieuwe besteld. Een uur later belde de praktijk op en meldde dat ik volgens hun gegevens nog een vol doosje moest hebben.

Waar het fout is gegaan weet ik niet, maar ik heb dat doosje nooit gehad.

Het zag ernaar uit dat ik dus zonder slaappillen kwam te zitten. Nadat de aanvankelijke paniek daarover gezakt was, voelde het eigenlijk wel goed. Want jaren aan die troep is ook niet ideaal.

Temeer daar er altijd wordt gewaarschuwd om slaappillen in combinatie met depressie te nemen.

Met wat ik nog had, heb ik toen voor mezelf besloten af te bouwen en er niet opnieuw aan te beginnen.

Een dag later leek het probleem opgelost en kon ik alsnog mijn normale recept krijgen. Maar inmiddels was ik vastbesloten.

Het afkicken valt mee. Ik heb het advies van mijn lief opgevolgd en heb sloten water naar binnen gewerkt. Nog.

Een aantal dagen later leek ik me zelfs beter te gaan voelen. Ook minder depri en rustiger in mijn hoofd.

Helaas, dan gaan er wat dingen mis en dan blijkt dat het allemaal weer in volle hevigheid terugkomt. Mount Everest op je blote voeten, zelfs gympen lijken te gemakkelijk.

En ik kijk in verbijstering naar wat ik aan het doen ben.

Ik maak het mijn lief gigantisch moeilijk, in een periode die voor hem ook moeilijk is. Ik zie het niet meer zitten, zie nergens meer een gat in en zeur lief de wanhoop in.

Wat kun je dan een gigantische hekel aan jezelf krijgen.

En is dit nu werkelijk de overgang?

Ik heb vrouwen in de overgang meegemaakt toen ik jonger was. En heb altijd gedacht: als ik zo word, knoop mij dan maar op. Dat is voor niemand te harden.

En nu ben ik dus kennelijk gedegene die ik in mijn jongere jaren wilde opknopen.

Ik zoek genoeg afleiding, zit niet de hele dag te zitten en te piekeren.

Maar wat een vervelende klier ben ik geworden zeg! Dat mag je toch niet allemaal op de overgang gooien? Of wel?

Ik vraag me ook af of andere vrouwen in de overgang herkennen dat ze terug gaan blikken. Dat herinneringen aan hun jeugd, die jaren netjes weggesloten en afgewerkt leken, opeens weer over je heen lijken te vallen.

Ik merk dat ik opnieuw de lat voor mijzelf aan het leggen ben en dat die hoger en hoger wordt.

Dat ik van mezelf een bepaald gedrag en ervaring verwacht en dat ik daar op weinig manieren aan voldoe. In mijn eigen ogen dan.

Al de zekerheden die ik in de loop van mijn leven leek te hebben opgebouwd…met de laatste herfststorm weggewaaid.

Ik voel me soms niet eens meer een volwassen vrouw, laat staan een dame van middelbare leeftijd. Meer een twijfelende tiener die nog op zoek is naar haar mogelijkheden en grenzen.

Dat lijkt wel bij de overgang te horen.

Maar het had van mij wel iets minder gekund. Veel minder, eigenlijk.

~ door zantara op december 18, 2007.

Reageer